
Wet studiefinanciering 2000
Artikel 3.4 Toeslag partner
1
Aan een studerende met een partner die financieel van hem afhankelijk is en die niet in aanmerking komt voor studiefinanciering, wordt een toeslag voor een partner toegekend.
2
Uitsluitend als financieel afhankelijk wordt aangemerkt de partner die een toetsingsinkomen heeft dat naar de maatstaf van 1 januari 2008 minder bedraagt dan 8 129,26 en die de verzorging heeft van een of meer kinderen die jonger zijn dan 12 jaar waarvoor op grond van de Algemene Kinderbijslagwet aanspraak op kinderbijslag bestaat. Bij de bepaling van het toetsingsinkomen van de partner zijn de artikelen 5 en 8, vierde, zesde en zevende lid van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel 3.17, derde tot en met zesde en tiende lid, van deze wet, van overeenkomstige toepassing.
3
Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is opgenomen in artikel 3.18.
4
Artikel 9, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen is van toepassing.

